Boorstelling

Mechanisch boren


De keuze van de boormethode is afhankelijk van onder andere grondwaterstand, aanwezige verontreinigingen, de grondsoort, diepte, diameter, wijze van afwerking etcetera. Bij milieuhygiënisch onderzoek en bij boringen in of door een bodemverontreiniging moet verspreiding van verontreiniging worden voorkomen. Als veel (werk)water gebruikt wordt tijdens de boring of als door de boortechniek sterke vermenging plaatsvindt van verschillende bodemlagen, wordt de kwaliteit van de grond rondom het boorgat en de uitkomende grond zelf sterk beïnvloed of kan zelfs verontreiniging worden veroorzaakt in niet of minder verontreinigde lagen.

Bodex beschikt over een eigen mechanische boorstelling welke uitsluitend ingezet wordt ten behoeve van het doorboren van puinhoudende lagen. Bodex heeft echter geen BRL SIKB 2100 (mechanisch boren) certificaat.

 

Avegaarboren


Met een avegaarboor, die bestaat uit een zware stang omwonden door een brede spiraal, kan in cohesieve gronden en in zanden boven (en onder) de grondwaterspiegel geboord worden. Tijdens het boorproces vijzelt de boor grond omhoog. Over het algemeen is het moeilijk tijdens het avegaarboren om een goede indruk van de bodemopbouw te verkrijgen. Diepte en dikte van scheidende lagen kunnen niet goed bepaald worden. In principe resteert na het trekken van de avegaar een open boorgat dat verder kan worden afgewerkt met bijvoorbeeld een peilbuis voor grondwateronderzoek.

 

Milieutechnisch boren


Milieutechnisch boorwerk kenmerkt zich doordat het boorwerk betreft, waarbij een verontreinigde of verdachte bodem doorboord wordt. Milieutechnisch boorwerk kan omwille van grond- of grondwateronderzoek of een bodemsanering plaatsvinden. Een milieutechnisch bodemonderzoek heeft als doel de kwaliteit van grondlagen en/of grondwater op verschillende dieptes te bepalen. Indien het onderzoek zich alleen richt op de vaste bodemdelen wordt het boorgat na het boren niet meer gebruikt. Het boorgat wordt na de monstername weer afgedicht (met afdichtingsmateriaal). In veel gevallen wordt bij milieutechnisch onderzoek in diepere bodemlagen, grond- en grondwateronderzoek gecombineerd. Het boorgat wordt in dit geval afgewerkt met één of twee peilbuizen met een filterbuis ter hoogte van de te onderzoeken grondwaterlaag. De filterbuislengte is over het algemeen 1,0 meter. De annulaire ruimte tussen peilbuis en boorgatwand wordt omstort met filtergrind en afdichtingsmateriaal. Deze peilbuizen zijn alleen geschikt voor het nemen van relatief kleine grondwatervolumes bij lage debieten.